Geboorte

De paring van otters vindt meestal plaats in het water. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes paren met meerdere partners, een gebruikelijk verschijnsel bij de Marterachtigen. Na een zwangerschap van ongeveer negen weken brengt een otter twee tot drie jongen ter wereld, die dan zo'n twaalf centimeter lang zijn, een korte vaalgrijze vacht hebben en moeiteloos de tepels van hun moeder weten te vinden. De moeder staat alleen voor de opvoeding van haar jongen. Vader bemoeit zich daar niet mee en is na de bevruchting alweer snel vertrokken.Toch laat hij zich nog weleens zien, maar kan dan een bedreiging vormen voor   de jonge otters, in plaats van een waardevolle bijdrage te leveren aan de opvoeding van zijn kroost. De eerste twee maanden na de geboorte zijn de jonge ottertjes volledig afhankelijk van de moedermelk. Gedurende die periode blijven ze ook in het nest, waarna ze naar buiten gaan en, onder strenge leiding van hun moeder hun watervrees leren te overwinnen. Gewend aan het water leren de jongen na een maand of vier zelf voedsel te vangen, waarvoor ze dan een half jaar leertijd resteert. Na gemiddeld tien maanden tot een jaar worden de jonge dieren aan hun lot overgelaten, terwijl ze zich pas na twee jaar volleerde vissers mogen noemen en geslachtsrijp zijn. Een otterleven kan in gevangenschap zo'n vijftien jaar duren, maar in het wild halen slechts weinige de leeftijd van tien jaar.