Het leefgebied

Het leefgebied van de otter, ook wel habitat genoemd, kom je vaak tegen in de buurt van zoet, brak of zout water. In het binnenland is dat vooral langs rivieren, beken en moerassen. Voorwaarde is overigens wel dat er voldoende voedsel aanwezig moet zijn. Daarmee hangt ook de grootte van het leefgebied van een otterpopulatie samen. In zoetwatergebieden kan een leefgebied, zeker dat van mannetjesdieren, zich uitstrekken van veertig tot soms wel tachtig kilometer, terwijl vrouwtjes zich beperken tot een habitat van zo’n twintig kilometer, afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid voedsel. Otters leven betrekkelijk eenzaam, maar er is onderling wel contact. Zo blijkt het leefgebied van een mannetje dat van minstens twee vrouwtjes te kunnen overlappen. Ook vrouwtjes delen in groepen van twee tot vier exemplaren een leefgebied en verdedigen dat tegen andere groepen vrouwtjes.