Otter in Waspik (NB)

13-2-2006

Op 2 februari jl. troffen de gebroeders Theuns tot hun grote verrassing een otter aan op hun jachthaven in Waspik (Noord Brabant). Ze geloofden hun ogen niet. Snel pakten zij hun digitale camera en slaagden er in een aantal foto's te maken. De otter liet zich daarna nog een paar keer zien. Zaterdag 11 februari jl. werd het dier tot hun verdriet dood aangetroffen op de middenberm van de A59.

Alwin Theuns werd aangeraden om contact op te nemen met de Universiteit van Wageningen en kwam terecht bij Alterra. Medewerkers van Alterra wilden het niet geloven, maar kwamen toch een kijkje nemen op de jachthaven. Ook na het zien van de duidelijke foto's waren zij nog niet overtuigd. Zij lieten flesjes achter waarin de broers uitwerpselen van het dier konden verzamelen. DNA analyse aan deze uitwerpselen zou volgens Alterra uitsluitsel moeten geven over de diersoort. Hoe de uitwerpselen (die biologen spraints noemen) er uit zouden moeten zien, werd niet aan de broers uitgelegd.

Vorige week week bereikte het verhaal de medewerkers van Stichting Vrienden van de Otter en Stichting Otterstation Nederland. Zij namen meteen contact op met de gebroeders Theuns. Alwin Theuns stuurde gelijk per e-mail de foto's op die hij gemaakt had van de otter. Uit de foto's bleek direct dat het hier inderdaad ging om een Europese otter (Lutra lutra). Er was geen twijfel mogelijk. De lichaamsbouw en de vorm van de natte neus ("rhinarium") lieten dat duidelijk zien. Dit is de soort die van nature thuis hoort in Nederland. De gebroeders Theuns hadden het dus goed gezien. Zaterdagavond 11 februari 2006 belde Alwin met de SON en gaf de trieste mededeling door dat de otter was overreden op de A59, vlakbij de jachthaven.

Tjibbe de Jong en Addy de Jongh besloten op zondag 12 februari naar Waspik te gaan om het dode dier te onderzoeken. De otter was aangereden aan de achterhand. Het bleek op het eerste oog om een redelijk jong mannetje te gaan. Voelend met de hand kon niet nagegaan worden of de otter een geïmplanteerde zender en/of dierherkenningschip bij zich droeg. Het zou zo kunnen zijn dat de chip er wel zat, maar niet gevoeld kon worden. Nader onderzoek zal dat uitwijzen. Als het dier een zender en chip bij zich droeg, dan was het een dier geweest dat was uitgezet in het Overijsselse herintroductie gebied de Weerribben of Wieden. Had het dier alleen een chip, dan moest het een otter uit een dierentuin zijn. Aldus zou het zo kunnen zijn dat het hier om een wilde otter uit het buitenland gaat of een nakomeling van de otters in Overijssel. In anderhalve week tijd kunnen otters met gemak meer dan 200 km afleggen. DNA onderzoek aan het dode dier zal duidelijk kunnen maken waar het dier vandaan kwam.

Ander nieuws